Geplaatst op 10 juni 2016

42 km 195 meter

De marathon is een afstand die iets met je hoofd doet. Nog voordat je één stap hebt gezet. De afstand gaat letterlijk met je aan de loop. Tot en met een halve marathon is elke afstand goed te doen als je je aan het trainingsschema houdt. Maar bij de marathon ga je onderweg malen in je hoofd: ‘hoe voel ik me?’, ‘heb ik wel genoeg getraind?’, ‘heb ik goed gegeten?’, ‘ik moet niet vergeten om te drinken’, enzovoorts.

Dat is tegelijkertijd ook de verleiding van de marathon. De afstand en prestatie hebben iets mythisch, niet in de laatste plaats dankzij het historische verhaal rond de Griekse soldaat Pheidippides. Om de grens naar mijn 50ste verjaardag in stijl over te steken, heb ik enkele jaren geleden de marathon van Berlijn gelopen. Het ‘verzichten’ op de laatste kilometers werd kort na de finish door een mede-finisher fraai samengevat in een paar schitterende Duitse krachttermen. Na afloop wist ik één ding zeker: het moest niet bij één marathon blijven. Het volgende doel was de stad waaraan ik woon en leef en waaraan ik mijn hart heb verpand: Amsterdam. Maar eerst moest ik het beest in de bek kijken. Nu ik de marathon voor de eerste keer had voltooid, was ik er nog meer van onder de indruk dan daarvoor. Want laat ik eerlijk zijn: de afstand en vooral het afzien (verzichten) boezemen mij angst (Herzbeklemmung) in. Het heeft daarom drie jaar geduurd. Maar nu is het zover: ik heb me ingeschreven. Ik heb zo’n drie maanden om me fysiek en geestelijk klaar te stomen. Op Keep-on-Running.nl kun je mij volgen in mijn blog.

Tekst: Hans Pieters