Amsterdam Marathon

De Amsterdam Marathon kan van de bucketlist

Een marathon lopen met een korte voorbereiding en 25 km als langste afstand? Het kan, precies zoals in het boek De marathonrevolutie van Stans van der Poel en Koen de Jong wordt beweerd. Al volgde ik mijn eigen, niet-wetenschappelijke schema.

Van de boeken van Koen de Jong heb ik twee belangrijke lessen geleerd: let op je hartslag en op je ademhaling. Een pracht van een advies waar ik me tijdens de marathon trouw aan heb gehouden.

Sportdrank

Jammer genoeg bestaat je lichaam uit meer dan je hart en je longen. Wat dacht je van je spieren? Tijdens mijn eerste marathon, in Berlijn, maakte ik de fout dat ik te veel had gedronken. Je moest namelijk goed drinken, werd mij van alle kanten verzekerd.

Het gevolg was dat ik na vijf kilometer al voor de eerste keer langs de kant moest stoppen. De sanitaire pauze op het 38 km-punt werd me bijna fataal. Mijn spieren waren in 20 seconden zo verstijfd, dat m’n hoofd zei ‘nu weer rennen’, maar m’n benen secondenlang gewoonweg niet van hun plaats kwamen.

In Amsterdam was daarom mijn strategie om pas bij het 10 km-punt mijn eerste drinkstop te maken. Dat werkte blaastechnisch prima, ik had de minste aandrang om te plassen. De aanpak had prima gewerkt op de halve marathon. Duurt een inspanning korter dan 2 uur, dan volstaat water en sportdrank drinken vooraf.

Drinken en stapelen

Te weinig drinken is een recept voor spierpijn en zelfs kramp op het laatste stuk. Volgens de theorie rond de marathon moet je de voorafgaande dagen extra drinken en stapelen. Dat laatste heb ik keurig gedaan, en volgens mij werkte het.

Kort voor de start van de marathon moet je juist niet te veel drinken, vanwege het plassen. Onderweg dus weer wel. Ingewikkeld allemaal, maar prima om je aan te houden. Ik weet het voor de volgende keer. Nu was het op het laatste stuk doorbijten. Met een biertje op het terras niet ver van het Olympisch Stadion zette het herstel gelukkig snel in.

Tekst: Hans Pieters