Geplaatst op 11 juli 2016

Een druk nazomers loopschema

‘Gebruik je een trainingsschema?’, is een veelgestelde vraag sinds bekend is dat ik me heb ingeschreven voor de marathon van Amsterdam. Het beste antwoord dat ik kan geven luidt ‘een soort van’. Ik pak mijn kilometers en luister naar mijn lichaam.

Ik weet wat me te wachten staat over ruim drie maanden. En dat je daar niet ongetraind aan de start kunt komen. Maar als je de vijftig bent gepasseerd, gelden andere wetten. Althans, dat verbeeld ik mij. Meer specifiek: mijn lichaam zegt het mij. Het is een tandje minder qua kracht, de duurloop gaat me gemakkelijk af, maar het gemiddelde tempo ligt lager dan drie jaar geleden. Toch ligt daar niet het grootste probleem. Mijn pezen protesteren als ik te snel van stapel ga. En dus doe ik het rustig aan en vertrouw ik erop dat ik op tijd in vorm ben.

Maximale hartslag

Als je op het internet op zoek gaat naar artikelen over hardlopen na je 50ste, word je niet blij. De schrijvers halen allemaal wetenschappelijke onderzoeken aan, die de fysieke achteruitgang onderbouwen. Dan levert volzinnen op als: ‘Er kan een afname van de loopeconomie optreden door een verminderde spierfunctie en neuromusculaire sturing’. Ook het hart heeft er duidelijk minder zin in. De maximale hartslag daalt, evenals de hoeveelheid bloed die het hart per slag kan uitpompen, waardoor er minder zuurstof per slag naar de spieren gaat.

Valkuil

Dat je langzamer loopt, vind ik niet erg. Dan zie je ook meer onderweg;) Het grote probleem bij de meeste oudere sporters zijn en blijven toch echt de gewrichten. Je wordt onvermijdelijk strammer. Oude blessures genezen, maar zorgen voor nieuwe klachten. In medisch jargon: de treksterkte van pezen en ligamenten neemt tussen het 21ste en 79ste levensjaar af met zo’n 50%.

Te fanatiek trainen is een valkuil die ik probeer te vermijden

Dat uit zich onder meer in een toename van het aantal achillespeesklachten bij hardlopers boven de 50. Ik kan er uit ervaring over meepraten. Te fanatiek trainen is dan ook een valkuil die ik probeer te vermijden.

‘Heel blijven’

Aanvullende trainingsvormen voor lenigheid, stabiliteit en coördinatie zijn een noodzaak. Extra aandacht voor stabiliteitsoefeningen zijn een must en in deze fase van de voorbereiding misschien wel belangrijker dan kilometers maken. Het klinkt als een contradictie. Maar past wel degelijk in een nieuwe stroming, die in Koen de Jong van Sportrusten een belangrijke ambassadeur heeft. Zijn theorie: omdat de trainingen niet zo achterlijk lang zijn herstel je sneller.

Mijn eigen trainingscoach, Mark van Hoorn van Persista, die ik af en toe om raad vraag en die voor Berlijn mijn persoonlijk trainingsschema ontwikkelde, heeft ditmaal als advies ‘geen gekke dingen doen. Rustig trainen en vooral heel blijven, dan red je het wel’. Daar houd ik mij aan vast.

Tekst: Hans Pieters