Pheidippides

Er was eens…. de legende van marathon

In den beginne, zo’n 490 jaar vóór Christus, was er een Griekse bode, Pheidippides, die om hulptroepen werd gestuurd. Hij liep van Athene naar Sparta, zo’n 240 kilometer in bijna 36 uur!

Fakkelren

Helaas wilden de Spartanen hem niet helpen en de dappere koerier liep weer terug naar Athene, in totaal legde hij dus bijna 500 km af! Op de berg Parthenion bij Tegea kwam hij de god Pan tegen. Pan was de Atheners altijd goedgezind en vroeg zich af waarom ze hem eigenlijk niet eerden. Hij hielp de strijd van de Atheners tegen de Perzen. En zo geschiedde: de Perzen vertrokken met ‘Panische’ angst. De Atheners bouwden daarop een tempel, waarvandaan ze ieder jaar een fakkelren organiseerden als ceremonie voor Pan. De winnaar mocht met een fakkel een brandstapel ter ere van de god ontsteken.

Pheidippides ging de geschiedenisboeken in als de man die weliswaar de allereerste marathon volbracht, maar deze daad met zijn leven moest bekopen. Pheidippides zou aan de Atheense gezaghebbers hebben gezegd: ‘Gegroet, wij winnen’ (Χαίρετε, νικῶμεν), alvorens in te storten en te sterven.

Bijna zes eeuwen later liep een andere bode, Thersippos of Eukles (zijn naam is niet helemaal duidelijk), opnieuw de klassieke afstand van Marathon naar Athene. Ook hij zou de tocht niet overleven. Hij viel dood neer na het uitbrengen van de woorden ‘Wij hebben gewonnen!’ (νενικήκαμεν – nenikēkamen).

Pheidippidesloop

Op zondag 27 oktober 2018 wordt in Utrecht, Amelisweerd, de klassieke held en eerste marathon(en verder)loper geëerd met een marathon in estafettevorm, de Pheidippidesloop. Dit is alweer de 39ste editie. Er kunnen 100 teams deelnemen en het evenement is toegankelijk voor iedereen die een team van 7 lopers kan samenstellen. Van deze 7 moeten er minimaal 2 vrouw zijn.

Het (deels onverharde) parcours is verdeeld in 7 etappes – 2 etappes van 4,1 km en 5 van 6,8 km – en loopt door Amelisweerd en Rhijnauwen. De start is in Maarschalkerweerd in Utrecht-Oost.

Kijk voor meer informatie op de site.

Tekst: Petra Kerkhove