luchtkwaliteit smog fijnstof

Hardlopen bij zomers weer

De stranden en parken puilden weer uit dit weekend. Voor de organisaties van hardloopevenementen was het tropische weer echter slecht nieuws. De Maas en Waal Marathon werd afgelast, op advies van de Brandweer. Exit jubileumevenement. Reden voor het advies was de verhoogde kans op warmteletsel bij de deelnemers van het evenement.

Hoe veilig is hardlopen als de thermometer door het dak gaat? Lopen met tropische hitte, hoe riskant is dat? Afgelopen dinsdagavond ben ik op pad gegaan met mijn vaste dinsdagavondloopmaatje Jonathan.

Het tempo ligt lager, de hartslag een flinke slag hoger.

Als het naast de hoge temperatuur ook nog eens windstil is, is het nog moeilijker om de warmte kwijt te raken. Bij warm weer vindt koeling van het lichaam voornamelijk plaats door verdamping van transpiratievocht. Wind brengt (extra) verkoeling.

Oververhitting

Is de vochtigheidsgraad van de lucht erg hoog, dan wil zweet niet zo makkelijk meer verdampen en blijven we met de warmte zitten. Bij een combinatie van hoge luchtvochtigheid en hoge temperaturen bestaat er een groot gevaar op oververhitting. Het is een soort van domino-effect: door het sterke zweten neemt je bloedvolume af, dus kost dezelfde inspanning meer energie. Dus je hartslag gaat omhoog et cetera.

Hardloopweerbericht

In tropische landen meldt het weerbericht daarom niet alleen de temperatuur, maar ook de luchtvochtigheid. In Nederland krijg je hooguit de waarschuwing ‘broeierig warm’. En natuurlijk de neerslagkans, onze nationale obsessie. Daarom het hardloopweerbericht voor zomerse dagen:

  1. Loop alleen in de ochtend, voor 10 uur, of in de avond, na 8 uur.
  2. Drink in het half uur voordat je op pad gaat extra water.
  3. Zoek een route met voldoende schaduw en een lekker briesje.
  4. Pas je snelheid aan.
  5. Pas je trainingsafstand aan.
  6. En als het niet gaat, dan loop je lekker uit.

PS. Dijkensport hoopt op het Dijkensport weekend van 30 augustus t/m 1 september alsnog een jubileumfeest te vieren.

Tekst: Hans Pieters