Jan Willem Landré

Algemeen directeur van de Nederlandse Atletiekunie, vader, oud-KNVB-er en hardloper

Jan Willem Landré is sinds 1 april 2013 algemeen directeur van de Nederlandse Atletiekunie. Hij heeft een kleurrijk persoonlijk sportverleden met hierbij voetbal, badminton, zeilen, surfen, lopen en fietsen. In 1998 liep hij de New York City Marathon. Naast het feit dat hij een groot sporthart heeft is hij ook vader van twee dochters. Mikel Knippenberg stelde hem een aantal vragen over de huidige stand van zaken in de Nederlandse atletiek en ook naar zijn loopachtergronden. Het afgelopen jaar was een zéér succesvol jaar voor de Atletiekunie. Dat smaakt naar meer.

1) In je veelzijdige Sport CV zie ik dat je ook de New York City Marathon hebt gelopen in 1998. Kun je misschien iets vertellen waarom je loopt of gelopen hebt en wat de reden was dat je in New York de marathon hebt gelopen?
‘Ik loop om in beweging te blijven. Om fit te blijven, fysiek en mentaal. Om mijn hoofd leeg te maken en om vrijheid te ervaren. New York heb ik gelopen als uitdaging. Daarvoor had ik weinig aan duurlopen gedaan. Op de finish kreeg ik pas door dat het niet om de voltooiing ging, maar om de weg er naar toe.’

2) Je hebt lang voor de KNVB gewerkt. Nu werk je voor het Bondsbureau van de Atletiekunie. Wat zijn de belangrijkste verschillen? Is er bijvoorbeeld een cultuurverschil?
‘Bij de grootste sport in Nederland spelen andere thema’s en belangen. Een thema als geweld op het veld is voor de KNVB van zeer groot belang. In de atletiek is dit nauwelijks een issue. De KNVB zit complex in elkaar met districten, betaald en amateurvoetbal, verschillende bestuurslagen. Dat brengt van tijd tot tijd lastige vraagstukken met zich mee. In de atletiek speelt dat veel minder. Verder is een fundamenteel verschil tussen beide sporten dat in de atletiek veel meer ongebonden beoefenaars zijn. Dat brengt andere dynamiek en uitdagingen met zich mee.’

Ik loop om in beweging te blijven, Om fit te blijven, fysiek en mentaal. Het gaat niet om de voltooiing, maar om de weg er naar toe.

3) Bij de Atletiekunie bestaat een Unieraad, een Uniebestuur en een Bondsbureau. Wat zijn hiervan de belangrijkste verschillen? Wat is de belangrijkste rol van het Bondsbureau?
‘De Unieraad houdt toezicht en is daarmee het hoogste orgaan. Het Bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleid. Het Bondsbureau doet beleidsvoorstellen en voert deze uit. Die uitvoering doen we zeker niet alleen. Die vindt in vele gevallen plaats met medewerking, soms in hele grote mate, van de vele vrijwilligers bij verenigingen, loopgroepen en aangesloten stichtingen. De sport begint aan de basis bij de verenigingen.’

4) Afgelopen jaar (2014) was een bijzonder succesvol jaar voor de Nederlandse atletiek. Op welke prestatie(s) ben je het meest trots? Heeft de Atletiekunie hier ook veel invloed op gehad?
‘Het talent en de prestatie is van de atleet. Als Atletiekunie spelen we een rol in het scheppen van de juiste randvoorwaarden. Klopt een programma? Is er de juiste begeleiding in trainingen en op medisch en wetenschappelijk gebied? Waar ik het meest trots op ben is de prestatie en presentatie van het Nederlands Team als geheel. We doen weer mee! In Zürich natuurlijk door de medailles van Dafne, Sifan, Nadine en Susan. Maar ook door de manier waarop het team zich presenteert en met elkaar de tegenvallers en de successen beleeft. Wat ik ook een hele mooie prestatie vind is dat atletiekverenigingen er weer in slagen om meer pupillen aan zich te binden. Dit biedt perspectief voor de toekomst!’

5) Heb je belangrijke speerpunten die je graag zou willen oppakken in de nabije toekomst? Hoe kijk je bijvoorbeeld aan tegen de actuele dopingproblematiek in de sport in het algemeen? Was dit van alle tijden of is er een andere tendens gaande? Hoe staat de atletiek ervoor?
‘Ik zou je nu kunnen verwijzen naar onze (jaar)plannen die op onze website gepubliceerd staan. Laat ik zeggen dat de EK 2016 in Amsterdam voor ons een zeer motiverende stip op de horizon is om onze uitdagingen op het gebied van de hele atletiek, dus de baanatletiek, de jeugdsport, de cross en de vele vormen van loopsport, na te jagen. De EK 2016 is dus zowel een doel, want vijf dagen inspirerende topsport, als een middel, om atletiek ook de jaren erna aantrekkelijk te houden voor alle doelgroepen. Eerlijke, gezonde en integere atletiek is van levensbelang. Atleten en toeschouwers mogen geen twijfels kennen over de vraag of degene die het snelste was dat ook eerlijk heeft gedaan. Het is vreselijk om er jaren later achter te moeten komen dat iemand de boel bedrogen heeft. Aantijgingen zoals in Rusland zijn dan ook schokkend. Wij kunnen niets anders doen dan bij IAAF en WADA er op aan blijven dringen dat de onderste steen boven komt.’

6) Bij de eerste vraag ging ik in op je eigen loopverleden. Ervan uitgaande dat je nog weleens een blokje om gaat of veel hebt gelopen in het verleden: Wat is het mooiste van het lopen?
‘Wat het mooiste is van het lopen, kan iedere loper gelukkig voor zichzelf bepalen. Wellicht is dat ook een van de mooiste kenmerken: de diversiteit in de loopsport, de verschillende beoefenaars met al hun verschillende motivaties.Voor mij zijn dat vrijheid en meditatie. Mijn ambitie is twee tot drie keer per week te lopen. En ik merk dat dat het beste werkt in voorbereiding op een evenement.’

7) Waarom is hardlopen zo enorm populair geworden de laatste decennia?
‘Meer en meer mensen zijn zich gaan beseffen dat het goed voor je is om te blijven bewegen. De groei van de sportparticipatie in Nederland heeft zich vooral onder 30 plussers voorgedaan. En dan ligt hardlopen erg voor de hand. Het is niet duur, je kan er zo mee beginnen en je kan het op elk niveau beoefenen dat je wilt. Wij zijn er wel voor dat je dat met goede begeleiding doet. Dan is de kans dat je het langer met plezier blijft doen groter. We merken ook dat de rol van een loopgroep om je heen, deze binding met hardlopen versterkt en verlengt: de welbekende stok achter de deur. Met een goede trainer verklein je daarnaast de kans op blessures.’

8) Ook de populariteit van het ultralopen (vérder en langer dan de marathon) groeit in Nederland. Dit merk ik bijvoorbeeld bij het succes van de Zestig van Texel. Heeft de Atletiekunie weleens overwogen om deze tak van sport te gaan ondersteunen of promoten? Het is één van de meest pure vormen van lopen.
‘De Atletiekunie werkt al samen met de ultra run organisaties. In Winschoten wordt al jaren het NK – dit jaar ook de WK – 100 km georganiseerd. Je haalt nu ultralopen aan, maar er zijn vele verschillende vormen van lopen. We kijken altijd waar we een relevante rol kunnen spelen om de sport en de sporter te helpen – welke vorm van lopen dan ook.’

9) Heb je persoonlijk een favoriet loopevenement?
‘Daar ga ik mij niet aan wagen: met 2.000 loopevenementen in onze hardloopkalender is er zoveel keus en vooral ook zoveel diversiteit, dat is prachtige appels met lekkere peren vergelijken. Medio 2013 ben ik bij de Atletiekunie begonnen te werken en in die periode heb ik de Zevenheuvelenloop twee keer gelopen.’

10) Heb je nog een loopdoel in de nabije toekomst?
‘Ik wil proberen mijn tijd op de 10 kilometer te verbeteren en zoek daar nog één of twee goede evenementen voor.’

Heel veel succes bij de Atletiekunie en ik wens je een bijzonder en zeer succesvol (sportief) 2015! (Fotocredits Atletiekunie)

Keep on Running!