Wanneer ben je klaar voor de marathon?

Deze zondag moet het gebeuren, de Amsterdam Marathon. Het duiveltje dat de hele tijd in je hoofd rondspookt, vraagt ‘heb ik wel genoeg getraind, ga ik het redden?’. Een zinloze vraag. Tijd om er nog iets aan te veranderen heb ik toch niet meer. Eén doel heb ik sowieso al volbracht: zondagochtend sta ik blessurevrij aan de start.

Oefeningen

Hoe bereid je je voor op een marathon? Heel veel trainen is één. ‘Core stability’-oefeningen is twee. De laatste weken pijnig ik elke ochtend met de plank – voor wie niet weet wat dat is, het is de basisoefening voor sterkere buik- en rugspieren – en een variatie aan andere oefeningen die je er bewust van maken dat een kantoorbaan heel wat achterstallig spieronderhoud oplevert. De zijwaartse plank, een pure kwelling de eerste keren. Totaal gedegenereerde spieren worden hardhandig tot leven gewekt. Zo kan ik nog wel een paar oefeningen noemen die je niet doet ‘omdat het moet, maar omdat het kan!’.

‘Eén doel heb ik sowieso al volbracht: zondagochtend sta ik blessurevrij aan de start’

Pijntjes

Waarom al die moeite voor de core stability? Daar zijn meerdere redenen voor. Je gaat er makkelijker van lopen (al merk je dat niet meteen), doordat je houding beter is. Wat minstens belangrijk is: alle pijntjes die je jezelf heb gekweld met de oefeningen betekent uitstel van ware pijn tijdens de marathon. Je benen die doen hun werk wel, maar je lichaam herbergt zoveel meer aan spieren. Na meer dan twee uur sporten zitten ook de spieren van je bovenlijf tegen hun taks aan. Oefenen betekent extra uithoudingsvermogen, ook bovenin.

Duiveltje

Terug naar het duiveltje. Heb ik wel genoeg getraind? Vandaag komt de nieuwsbrief van Runner’s World binnen, met een stuk over een marathonschema waarbij de langste duurloop 26 kilometer is. Met daarachter de vraag ‘werkt dat?’. Toevallig ben ik niet boven de 26 kilometer uitgekomen. Twee weken geleden had ik mijn laatste lange duurloop, 22 kilometer lang. Is het genoeg? Dat weet ik zondag. Aan mijn DynaFlytes zal het niet liggen.

Tekst: Hans Pieters